Eerherstel voor spruitengeur

Spruitjes

Vorige week bij een Nederlandse bakker, de verkoopster kijkt mij aan vanachter de toonbank:

“Zeg het maar”.

Ik: “Ik zou graag een volkorenbrood willen”.

Zij: “Moet ik ‘m voor je snij-en?”

Ik: “Ja, graag”.

Zij: “2.10”

Ik zoek zwijgend in mijn portemonnee naar kleingeld en overhandig het haar.

Zij: “Doei.”

Vanochtend in Parijs, de bakkersvrouw begroet me vanachter de toonbank:

“Bonjour Madame”.

Ik: “Bonjour Madame, ik zou graag een baguette willen”.

Zij: “Natuurlijk,  is er verder nog iets dat u nodig heeft madame?”.

Ik: “Nee, dank u”.

Zij: “Dat is dan 1 euro s’il vous plaît”

Ik: “Alstublieft”

Zij: Dan wens  ik u een mooie dag, madame. Merci et au revoir”.

Ik: “Merci madame, au revoir, en u ook een mooie dag gewenst”.

Zeker, ik heb me jarenlang beklaagd over gebrekkige klantenservice in Franse winkels, ruzie zoekende caissières en ja zelfs over die ene bakkersvrouw die me niet wilde begrijpen (ik ga nu naar een andere bakker). Maar ik had ook net zo goed een post of 2, 3, 4 kunnen schrijven over hoffelijkheid en fatsoen in deze stad.

Iedereen die elkaar met ‘Bonjour madame/monsieur’ begroet. Mannen die de deur voor me open houden. Buurjongens die aanbieden mijn boodschappen mee naar boven te sjouwen als de lift weer eens stuk is. Mensen die als ze tegen me aanbotsen stil blijven staan, zich verontschuldigen en vragen of het gaat. Wildvreemden die als ik de weg vraag tot het uiterste gaan (zelf meelopen) om te zorgen dat ik ook echt de juiste plek vind. Kinderen die komen spelen, mij begroeten met een handdruk en niet weggaan alvorens hun dank te hebben uitgesproken voor de gezellige tijd en het lekkers. En overal en altijd elkaar vous-voyeren.

Je l’aime. Je l’aime beaucoup!

Fatsoen en hoffelijkheid hebben in Nederland een geur van spruitjes om zich heen hangen. Beleefdheid lijkt overbodig sinds we assertiviteit als nieuwe omgangsvorm hebben omarmd. Lekker direct zeggen waar het op staat, onder het mom van ‘eerlijkheid’ of ‘ik maak zelf wel uit wat ik doe of niet’. Bijvoorbeeld in een bomvolle trein doodleuk friet, frikandel, ui staan eten of keiharde muziek in je oor hebben in de wachtkamer van de tandarts, blikken van anderen totaal negerend. Iemand met ‘u’ aanspreken lijkt al helemaal ouderwets. Zelfs mijn moeder van 89 vindt het inmiddels doodnormaal dat mensen haar tutoyeren.

Van een afstandje lijkt Nederland een ietwat verloederd, weinig ambitieus maar des te zelfverzekerd landje met dito inwoners. Ter voorbereiding op onze terugkeer kijken we als gezin daarom elke avond een aflevering van de verzamelbox New Kids. Dit alles ter voorkoming van een cultuurshock bij de re-integratie. Want als je Maaskantje gezien hebt, valt daarna alles reuze mee. Dat is tenminste mijn theorie.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestShare on Google+Email this to someoneShare on Tumblr

Reacties

  1. zegt

    Het eerste wat ik dacht bij het lezen van dit blog was: ‘Zo herkenbaar, zodra je weet dat je een land/stad gaat verlaten begin je er de schoonheid echt van in te zien’. Het zal allemaal wel los lopen, er zijn overal lomperikken en overal beleefde mensen. Zelfs hier in Spanje (kuch)!

  2. zegt

    Voor mij staat respect en beleefdheid al jaren los van de aanspreekvorm. En wees eerlijk in het Brits is er geen onderscheid en daar is het op dat gebied niet slechter dan in Duits- of Nederlandstalige landen.

    In supermarkten en andere winkels word ik prima behandeld, in Nederland en daarbuiten. De reden is simpel. Ik kan overdag en kom niet op de druktste tijden op een zaterdag of 5 minuten voor sluitingstijd. Men heeft gewoon meer tijd voor me. Onlangs kwam er nog een kassameisje een stuk door een winkelcentrum achter me aan rennen met een kwart litertje wijn van maar 1,39, die ik niet had gezien bij het inpakken. En echt zo’n grote klant (10 euro/week) ben ik niet bij die winkel.

    Het ergste dat ik meegemaakt heb was een 50-jarige eigenaar van een slijterij. Hij was net begonnen een vraag van me te beantwoorden, toen zijn mobieltje ging. Dat gesprek ging echt nergens over, maar hij liet me wel een kwartier in de wachtstand. Heeft niets met jij of u te maken, maar alles met normale omgangsvormen.

    Ik ben zelf 55 en gewend om iedereen met jij aan te spreken die ik ken en met u die ik op afstand wil houden. Vooral salesrepresentatives horen bij het tuig die ik geen jij gun. Hoe lang ik ze ook ken. In de bedrijven waar ik werkte (groot internationaal engineeringsbureau, maar ook het hoofdkantoor van de politie) werd er onderling met voornamen gewerkt tot de president directeur (Piet) aan toe. Dat gaf meer vertrouwen en mensen hielden minder achter.

    Onlangs had ik nog een leuk voorval bij mijn tante van 83. Ik spreek haar al jaren met je en jij aan, wat ik ook bij mijn ouders deed. Ze is de laatste jaren meer dan vergeetachtig zegt ze zelf. Als ik er kom dan merk ik daar niets van. Ze weet veel dingen en reageert goed als ik een geintje maak of iets ter sprake komt van een paar maanden terug. Alleen kwam deze keer haar dochter (ook 55+) thuis. Die helpt haar moeder enorm en zit professioneel in de ouderenzorg. Toen viel me op dat zij haar moeder met u aansprak. Zal ze waarschijnlijk altijd gedaan hebben, maar zo vaak zie ik haar dus niet.

    Het opvallende was dat mijn tante opeens behoorlijk van gedrag veranderde en zich stukken kinderachtiger begon te gedragen. Denk aan haar dochter napraten. Met kinderen heb ik dat ook wel eens gemerkt. Kinderen reageren heel netjes en oplettend als er geen ouders in de buurt zijn en als er wel een ouder is, dan worden ze vervelend. Bij mijn tante heeft het me geleerd dat ik daar naartoe ga als dochterlief werkt. En vaker bij een tante of oom op bezoek gaan is belangijker dan de aanspreekvorm.

  3. zegt

    wat een leuk plaatje! En ja, de remigratie-cultuurschok is minstens zo heftig als die de andere kant uit. Na 4 jaar Oman keek ik gewoon gegeneerd weg van minirokjes, na 7 jaar Schotland donderde ik om in de Nederlandse bus omdat de chauffeur wegscheurde voor ik zat, en na 4 jaar Amerika “dingdong! Biker on your left!” durf ik in Nederland nauwelijx meer te fietsen. Maar alles went. Echt alles.

  4. zegt

    Een boek-lang comment over mijn chronische ergernis over de lompheid hier en hoe ik die nóg veel minder trek nadat ik een poosje Elders ben geweest zal ik u besparen. Ik dank u echter hartelijk voor de New Kids protip, ik zal hem uitproberen de eerstvolgende keer en uiteraard de resultaten aan u terugkoppelen! 😀

  5. annekedebundel zegt

    Dit klinkt alsof je ingeburgerd begint te raken. Let op mijn woorden: als je straks permanent in Nederland woont, zul je je alleen nog maar fatsoenlijke vriendelijke Fransozen herinneren. Zo gaat dat. Wanneer kom je terug?

  6. zegt

    Ik denk dat U het Franse “vous” niet rechtstreeks met het Nederlandse “u” kunt vergelijken. “Vous” vind ik meer als het Belgische “gij”. Hier zegt een Belgische moeder heel gewoon “gij” tegen haar kind.

    Duitse zakenrelaties, waarmee ik al in de kroeg heb gehangen, spreken mij nog steeds als Herr Vaassen aan. Heel vermoeiend maar iets van wijs en eer.

    Voor de rest helemaal eens!

    • zegt

      Het zou wel eens kunnen dat je gelijk hebt met ‘ge’. Ik vraag het maandag eens aan een Vlaamse vriendin die ook hier in Parijs woont. Ik houd u op de hoogte.

  7. zegt

    Jemig wat miste ik Ierland toen wij na een jaar weer hier terug kwamen. De hartelijkheid en beleefdheid inderdaad, die daar zo normaal lijkt. zelfs zo normaal dat ik zelfs het gevoel kreeg dat ik daarin steeds tekort schoot, terwijl ik hier vind dat ik er heel veelaandacht aan besteed. altijd de Can I help you?…How are ye doin’? Ware kunstenaars in het onthouden van je voornaam. 😉

  8. zegt

    Stereotypen bevatten een kern van waarheid, horken heb je overal en ook trof je het niet bij die bakker (waar het brood ook nog ‘es 2x zo duur is). Maar ik tref bijna louter vriendelijkheid en voorkomendheid in winkels. Het gaat jullie vast meevallen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *